|
Het Rode Kruis is opgericht door Jean Henry Dunant. Op 28 mei 1828 werd Jean Henry Dunant geboren. Zijn vader Jean-Jacques was een vooraanstaande zakenman, en lid van het wetgevend orgaan van de republiek en de stad Genève. Zijn moeder Anne Antoinette Colladon, had een grote invloed op Henri, want zij zorgde ervoor dat Henry een godsdienstige en literaire opvoeding kreeg.
Henry ging met zijn vader mee naar Toulon, daar gingen ze Geneefse gevangenen bezoeken. Henry zag hoe dwangarbeiders vast geketend waren met kettingen, en zo moesten werken. Hij kon dat niet aanzien, en zei tegen zijn vader dat hij ze los moest maken. Ook leerde Henry weeskinderen en armen kennen.
In 1852 werd de "vereniging van jonge christenen" opgericht. Toen Henry 18 was, besteedde hij na zijn schoolwerk avonden aan armen, en op zondagen las hij voor uit de bijbel aan gevangenen.
Henry werd door de Geneefse maatschappij voor de kolonie van Sètif naar Algerije gestuurd, daar stelde hij vast dat er te weinig graan en molens waren. Hij stichtte daar een naamloze vennootschap op, maar kreeg van de Franse overheid geen toestemming om nieuwe gebieden te gaan verbouwen, maar Henry was het daar niet mee eens, en reisde naar noord Italië af om Napoleon 3 te spreken. Hij heeft hem nooit gesproken, omdat hij onderweg over het slagveld Solferino kwam, en daar duizenden gewonden en doden zag liggen. Henri schakelde een heel dorp in om de gewonden te verzorgen. En zowel de soldaten van hun eigen land, als de soldaten van de vijand werden verzorgd. Henri schreef hier een boek over. En geeft hierover in oktober 1863 een conferentie.
Henry besloot een internationale hulpverlenings vereniging op te richten.(Het Rode Kruis) Dr. Johan Basting wou in Nederland Henry wel helpen, door hier ook het Rode Kruis op te richten. Op 22 augustus was er een conferentie in Genève, en daar werd door 16 staten getekend voor de verbetering van het lot van de gevangenen en zieken. Henry wordt uitgenodigd bij Maarschalk de Mac-Mahon, Zijn echtgenote is een volgeling van Henry. Ook wordt Henry daar voorgesteld aan Napoleon 3, en legt hem zijn plannen voor. Napoleon keurt die goed, maar alles gaat fout, zijn project in Algerije gaat helemaal fout, en andere ideeën gaan ook niet goed. Henry wordt hierdoor vervolgens ontslagen uit het Rode Kruis comité. Henry moet hierdoor gaan wonen op een zolderkamer. Hier schrijft hij een brief naar de keizerin, en naar de minister van oorlog, en besluit dat alle huizen waar gewonden worden verzorgd onschendbaar zijn, en die huizen zijn te herkennen aan de Rode Kruis Vlag.
Henry houdt in Plymouth op 13 september 1872 een lezing, en valt daar flauw, doordat hij armoede had. Het gaat daarna alleen maar slechter met hem, Hij vraagt geld aan zijn familie, en krijgt dat ook. Henry gaat in Heiden wonen
Henry krijgt medische verzorging van Dr. Altherr, daardoor knapt hij geleidelijk aan op. Henry helpt mevr. Altherr met het ontvangen van haar voorname gasten, en hij richt een Rode Kruis afdeling op in Heiden. Ook herschrijft hij zijn boek "een herinnering aan Solferino", en vertaalt hij het in het Duits, Nederlands en Frans.
Een journalist zet het levensverhaal van Henri in "Über Land und Mehr", en dat slaat in als een bom, want Henry krijgt bergen met brieven en geschenken van mensen die hem bewonderen. Maar uit Genève helemaal niks.
Dunant maakt nieuwe vrienden, leger arts Dr. Murset en prof. Müller. Müller houd een redevoering, en zegt daarin dat Henri al 29 jaar in armoedige omstandigheden leeft. Dit levert 25.000 mark op. In Moskou wordt Henry Dunant op een internationaal medisch congres een ere prijs toegekend, vanwege zijn humanitaire prestaties. Ook erkennen ze hem in Moskou als stichter van het Rode Kruis.
Henry zijn boek komt uit, en sommigen vinden dat hij een Nobelprijs verdient, maar mnr. Björnson (een lid van het Nobelcomité) wil de prijs uitrijken aan Frederic Passy, maar zijn vrouw vindt dat Henry hem verdient, en als haar man het er niet mee eens is, dan moet hij ze allebei maar een Nobelprijs geven. Dus krijgen ze uiteindelijk allebei de Nobelprijs voor de vrede van 1901.
Jean Henry Dunant sterft op 30 oktober 1910, in het kalme dorpje Heiden.
Oprichting van het Nederlandse Rode Kruis.
Het Nederlandse Rode Kruis is opgericht door Dr. Johan Basting. Hij was officier van gezondheid bij de militaire geneeskundige dienst toen er veel oorlogen waren in Europa.
In 1863 kreeg Basting het boek "een herinnering aan Solferino" in handen, van Henri Dunant. Basting ontmoette Henri op een congres in 1863 in Berlijn, en toen bleek uit een gesprek dat ze dezelfde ideeën hadden over de noodzaak gewonden neutraal te verklaren.
In Nederland deed Basting pogingen de ideeën van Dunant te verspreiden. Hij bood zelfs de vertaling van Dunants boek aan koningin-moeder Anna Paulowna en Prins Frederic aan. Daarnaast kregen ook veel vooraanstaande Nederlanders het boek te lezen. Het boek werd goed ontvangen, maar daar bleef het voorlopig bij.
Toen ontving de Nederlandse regering een uitnodiging om de internationale Conferentie in Genève bij te wonen. Koning Willem 3 stuurde Basting als afgevaardigde. Basting was evenwel niet gemachtigd iets concreets ter tafel te brengen. Toen de 36 afgevaardigden van 14 landen besloten over te gaan tot het oprichten van nationale verenigingen tot hulpverlening, bleef Nederland een belangstellende toeschouwer. Tijdens dezelfde Conferentie bracht Basting wel, zoals voorgenomen, de neutraliteitskwestie naar voren. Hij slaagde er in de ideeën van Dunant doorslaggevende kracht bij te zetten. Hiermee werd de hoeksteen gelegd voor het inbrengen van het eerste verdrag van Genève.
Eenmaal terug in Nederland bleef Basting aandringen op het oprichten van een nationale vereniging. In november 1864 aanvaarde de Nederlandse regering weliswaar het eerste Verdrag van Genève, maar de oprichting van het Nederlandse Rode Kruis bleef achterwege. Eindelijk hakte Koning Willem 3 in 1867 de knoop door en richtte bij Koninklijk besluit de hulpverleningsvereniging op die in 1895 officieel de naam van het Nederlandse Rode Kruis kreeg.
De doelstelling van het Rode Kruis is om in zowel oorlogstijd als in vredestijd, hulp te verlenen aan gewonden, zieken en andere hulpbehoevenden, zonder daarbij enig onderscheid te maken tussen personen.
Alle activiteiten van het Rode Kruis in oorlogstijd en vredestijd zijn gebaseerd op het recht van elk mens op hulp en bescherming.
In de periode tot de
Tweede Wereldoorlog was het Rode Kruis niet alleen in Nederland actief. In
het buitenland werd hulp geboden bij oorlog op Borneo, op Lombak en in
Atjeh in Nederlands-Indië, tussen de Boerenoorlogen in Zuid-Afrika, op de
Balkan, in Ethiopië en in Finland.
Minder bekend is de hulp die verleend werd tijdens de pestepidemie op Java.
De foto toont enkele leden van de Ambulance naar Java, voor hun vertrek op
23 juni 1914.
Het Nederlandse Rode Kruis was goed voorbereid op eerste oorlogsdagen in
1940. Minder goed was het voorbereid op een periode van vijf jaar
bezetting.
Niettemin werd in de laatste twee oorlogsjaren en in de periode vlak daarna
heel veel hulp verleend bij terugkeer en opvang van repatrianten en bij het
lenigen van de nood van een totaal berooide bevolking. Vooral ook door
plaatselijke afdelingen. De omstandigheden waren dramatisch.
Na de Tweede Wereldoorlog groeide het Rode Kruis enorm. Het aantal
afdelingen verdubbelde, het ledental vertienvoudigde naar 1 miljoen in de
jaren 60. Aan de groei werd ook bijgedragen door goed georganiseerde
campagnes, waarvoor modern campagnemateriaal werd ontwikkeld. De afgebeelde
klokfolder is daar een mooi voorbeeld van.
Een van de constante factoren in de geschiedenis van het Nederlandse Rode
Kruis is de voortdurende belangstelling van het Koninklijk Huis voor het
Nederlandse Rode Kruis.
De meest in het oog springende persoon daarbij is prinses Juliana. Zij
heeft vlak na de Tweede Wereldoorlog een belangrijke rol gespeeld bij het
coördineren van het werk van diverse hulpverleningsorganisaties. Op de
foto ziet u HKH Juliana aan boord van het vakantieschip 'De Kasteel
Staverden'.
Na de tweede wereldoorlog groeide niet alleen het aantal leden, afdelingen
en vrijwilligers, maar namen ook de taken toe die het Rode Kruis op zich
nam. Een kleine greep uit de enorme hoeveelheid: aangepaste vakanties,
welfarewerk, telefooncirkels, assistentie bij bloedafname, opvang van
asielzoekers en vluchtelingen.
Het Rode Kruis nam ook taken op zich die inmiddels weer zijn afgestoten. Of
omdat medisch-technische ontwikkelingen deze overbodig maakten, zoals de
hoornvliescentrale en de moedermelkcentrale. Ook maatschappelijke
ontwikkelingen zorgden ervoor dat anderen deze taken beter konden
vervullen. Voorbeelden zijn de Radiomedische Dienst en hulpverlening langs
de snelwegen.
Intussen bleef het Nederlandse Rode Kruis hulp bieden bij rampen. De
Watersnood van 1953 was de grootste ramp in vredestijd in Nederland in de
twintigste eeuw. Het Nederlandse Rode Kruis was ook hierop goed voorbereid.
In de eerste dagen na de ramp werd hulp verleend bij reddingsacties,
evacuaties, voedselvoorziening en opvang. Daarna voorzag het Rode Kruis op
grote schaal in de behoefte aan textiel, landbouwgereedschappen en zelfs
huizen. Op de foto: Patiënten worden per amfibievoertuig opgehaald van
Tholen.
In de internationale hulpverlening bleef de noodhulp vooropstaan, zowel bij
oorlogen als na rampen. Daarnaast is een meer structurele vorm van hulp
ontstaan: de versterking van nationale zusterverenigingen. Zo willen we
beter voorbereid zijn op hulpverlening.
Op de foto ziet u de Nederlandse arts dr. Herman Middelkoop in een van de
Biafraanse vluchtelingenkampen tijdens de burgeroorlog in Nigeria, 1968.
Het Rode Kruis is tegenwoordig hét symbool voor neutrale en onpartijdige
hulp aan mensen in nood. Of het nu slachtoffers zijn van een conflict of
aardbeving in een ver land, of mensen die het moeilijk hebben in
Nederland.
Voor de activiteiten in Nederland zijn 33.000 vrijwilligers
verantwoordelijk. Het werk is zeer divers. Wij hebben bijvoorbeeld een
tehuis voor ernstig zieke kinderen, vervoeren mensen in een rolstoel, leren
minderjarige asielzoekers koken en bezoeken eenzame ouderen. En wij
verlenen medische assistentie bij evenementen en in rampsituaties.
Waar het kan, helpen we. Het Rode Kruis helpt
onvoorwaardelijk.
|